Tussenruimte – Concept voor het anderhalvemeteronderwijs

Veel onderwijsinstellingen hebben de afgelopen tijd bewezen enorm flexibel te zijn. De digitale middelen om het onderwijs zo goed en zo kwaad als het gaat door te laten gaan zijn goed benut, maar de behoefte aan fysieke lessen zal altijd aanwezig zijn. Niet alle leerlingen en studenten hebben thuis een rustige plek met een laptop en snel internet. Docenten hebben daarnaast de behoefte om hun leerlingen en studenten te kunnen zien, even een informeel praatje te maken om te checken of het goed gaat met ze gaat en waar nodig maatwerk aan te bieden. Een stiekeme wens die leerlingen en studenten zelf ook steeds vaker hebben, al was het maar omdat ze hun vrienden van school missen. Vanaf het moment dat de coronamaatregelen versoepelen en leerlingen en studenten weer voorzichtig naar school gaan, hebben scholen – van basisschool tot universiteit – een omgeving nodig waarin het fysieke onderwijs veilig door kan gaan.

In een gemiddeld klaslokaal van ongeveer 45 m² meter passen normaal gesproken zo’n 30 leerlingen. Om de overdracht van virusdeeltjes te beperken kennen we twee methodes: afstand houden en afschermen. Afstand houden is binnen de kaders van het huidige lokaal eenvoudig te bewerkstelligen, het kost enkel ruimte. De tweede methode – afschermen – is lastiger, kostbaarder en voegt, door bijvoorbeeld het plaatsen van plexiglas schermen, op de langere termijn geen meerwaarde aan het gebouw of de ruimte. Sterker nog, het zal afbreuk doen aan de beleving, het zicht en bewegingsvrijheid van studenten. De 1,5-meterregel zorgt ervoor dat er ineens, naast meubilair en de docent, nog maar 15 studenten in een klaslokaal passen. Dat betekent dat ongeveer de helft van de studenten elders zal moeten verblijven wanneer er op locatie les wordt gegeven. Onopgemerkt heeft een schoolgebouw enorm veel ruimte, alleen wordt deze normaal gesproken niet volledig ingezet als werk- of leerplek. Deze restruimte biedt normaal gesproken plek voor beweging, voor ontmoeting en leegte. Maar wat nu als ruimte ineens schaars wordt en beweging en ontmoeting juist in beperkte mate gewenst is? Hoe kun je deze ruimte dan toch op een kwalitatieve en laagdrempelige manier inzetten om leerlingen en studenten een prettige en veilige leer- of studeerplek aan te bieden?

Studio Morgen ziet dit als een kans voor scholen om invulling te geven aan de tussenruimtes. Behalve als noodzakelijk kwaad, biedt het ook mogelijkheden om een diversiteit aan andere plekken te creëren. Studenten die zelfstandig vooruit kunnen krijgen de kans te shinen ‘op de gang’ en studenten die introverter zijn kunnen zich zo nu en dan terugtrekken op een privéplekje buiten het klaslokaal.

Hoe geef je dat nou vorm, zo’n plekje op de gang, onder de trap, of naast het kopieerhok? Eigenlijk heel eenvoudig: door een serie eenvoudige meubeloplossingen kunnen balustrades, trappen, open pleinen, tafels en andere al in de school aanwezige elementen, ingezet worden voor kwalitatieve leer- en studeerplekken. Vanaf deze plekken werken studenten zelfstandig of kunnen via video op gepaste afstand mee doen met de les. Wat rest is het verplaatsen van wat meubilair, elektra, goede WiFi en een gezonde dosis zin om na weken thuis te hebben gezeten, toch weer je schoolvrienden in de buurt te hebben.

+ Bekijk meer: hier
+ Tekst: Studio Morgen
+ Beeld: Studio Morgen